Kunstenaars Vereniging Flevoland

Uit het archief - 1994 - Markering Kustlijn voormalig eiland Schokland

afbeelding van Achtergronden

In 1994 heeft een aantal kunstenaars het plan opgevat om de voormalige kustlijn van Schokland zichtbaar te maken met grote lappen witte stof. Als je dan vanuit een vliegtuig naar beneden zou kijken, was het idee, dan zag je duidelijk de contouren van wat eens een eiland was. Dat was een megaklus! Ze moesten samenwerken met veel verschillende boeren, met het Flevo-landschap, met kunstenaars en ook met veel vrijwilligers. Er moest budget komen voor de kosten en als het eenmaal zo ver was, moest de pers komen.
Het project is gelukt, alhoewel niet helemaal. Het is niet helemaal gelukt om overal witte stof te leggen. Sommige stukken werden met vuurkorven opgelicht.

Er zijn aardig wat pagina vullende en bloemrijke krantenartikelen over dit project beschikbaar en ook werd er een reportage op televisie bij Van Gewest tot Gewest uitgezonden.  
In 1995 kreeg Schokland de status van Wereld Erfgoed. Zou dit KVF project, in 1994, daar een rol in hebben gespeeld?

Willem Hoogeveen hield een dagboek bij. Dat plaatsen we hier onder. Dat verslag geeft een mooi beeld van wat er allemaal bij kwam kijken.

Een fragment uit het plan
De KVF wil het eiland in eer herstellen door aan de oostkant d.m.v. wit-glinsterende stroken stof een branding gevoel te geven aan de vroegere kustlijn en door op de avond van 21 december aan de westkust fakkels te ontsteken zoals dat eeuwenlang het gebruik was om de scheepvaart te attenderen op het eiland. Deze actie werd opgeluisterd door het geluid van misthoorns die vanaf drie cruciale punten - zuid, midden en noord - op elkaar reageerden.
Midwinter, de kortste dag en langste nacht, viel formeel op 21 december. Door dit project op deze datum te plannen, hopen een extra magische lading mee te geven aan het totaal.

Dagboek 

Zaterdag 10 december 1994
Start:
Bob van Walderveen, Cor Sonke, Erik Petersen, Hoeke Atsma, Jannie Keuper en Willem Hoogeveen begeven zich op de kale akkers rondom Schokland. De eerste rol glinsterend witte stof wordt het land op gezeuld, samen met een bos zware haringen. 
Het eerste stuk wordt gelegd op het versgeploegde land van Van Liere aan de Redeweg, in de buurt van het museum. Het weer is fris en het waait stevig. 
Dit is de start van ‘Ploegen 94’ , het markeren van een oude kustlijn van het voormalig eiland Schokland in de Noordoostpolder.
Er is direct een tegenvaller: het doek waarmee de lijn wordt getrokken scheurt snel uit, de verankering met de ijzeren haringen is niet voldoende. De wind speeltmet het doek en hoewel de stof zwaar en solide lijkt, is ze hiertegen toch niet bestand. 
Het enige dat ruimschoots voorhanden is in de directe omgeving zijn kluiten. Er wordt besloten om de randen van het doek hiermee te verzwaren.
‘s Middags worden regen en wind tenslotte te erg en de groep wijkt uit naar de schuur van Wim van der Veen op de Schokkerringweg. 
Marijke komt met fakkels; waskaarsen en oliepotjes. Volgens de verkoper zelfs geschikt voor alpinisten. 
De omstandigheden op het boerenerf zijn daar blijkbaar toch niet mee te vergelijken; zodra de buitendeur opengaat, waaien de iele vlammetjes uit. Er moeten dus andere komen. Er wordt enige tijd druk gefilosofeerd over de verschillende mogelijkheden daaromtrent. 
In ieder geval is de eerste 300 meter doek gelegd. 

Maandag 12 december 1994
Het stuk dat zaterdag is gelegd, heeft de sterke wind van zondag getrotseerd en het ligt er nog goed bij. 
Zondag heeft een aantal mensen geëxperimenteerd met jampotjes, olie en lont en er is iets gecreëerd wat blijft branden.
Er moeten ergens fakkels in de maak zijn die zo werken en dat soort dient te worden opgespeurd en aangekocht. 
Deze dag wordt 500 meter stof gelegd.
De haring-aanvoer wordt geregeld via DAAD die contact heeft met een bedrijf in Lelystad. 
De haringen zijn in principe afvalstukken betonijzer. De voorman van het bedrijf helpt DAAD met het knippen en buigen van dit roestige materiaal. Hij doet dat geheel belangeloos. 

Dinsdag 13 december 1994
Een goede en productieve dag; er wordt 800 meter gelegd. Er zijn alleen veel meer haringen nodig dan gedacht. Het idee was aan weerszijden één per meter, maar al gauw blijken dat er minstens drie te moeten worden voor iedere tweemeter. Hard werken voor DAAD.
De totale lengte van de kustlijn die 
gemarkeerd wordt, is zo’n 10 km. 
Daarvan wordt  5200 meter geaccentueerd door de witte stof. Dat gebeurt op vijf strategische punten:
* De Zuidpunt - 1100 meter
* Stuk ten zuiden en noorden van het museum - 1400 meter
* Stuk ten zuiden van de haven - 1100 meter
* Bij De Vliegtuigweg - 800 meter
* Bij de Noordpunt - 800 meter
Op deze manier is er vanaf alle toegangswegen wat te zien. De Noord- en Zuidpunt  liggen middenin het land en markeren de uiterste grenzen. 
De eerste reacties uit de voorbijrijdende auto’s worden merkbaar, er wordt langzaam gereden en nieuwsgierig geblikt. 

Woensdag 14 december 1994
Er zijn vandaag wat minder mensen. 
Verder blijkt dat er niet meer dan 200 fakkels op voorraad leverbaar zijn in plaats van de gewenste 600. Ze worden toch gekocht, maar er wordt besloten om de westkust te markeren met twaalf grote vuren. Dat heeft ook meer verband met de geschiedenis van het eiland, omdat de scheepvaart vroeger ook voor het eiland gewaarschuwd werd door middel van vuren aan de kust.
De kaart wordt bestudeerd om de plekken vast te stellen waar de vuren moeten komen. Deze plekken moeten o.a. toegankelijk zijn met een auto of een tractor om het benodigde hout aan te kunnen voeren. 
Wim van der Veen vraagt zich hardop af wanneer er nu eens wat op zijn land gaat gebeuren. Vandaag dus! 
Vanaf de Schokkerringweg is de lijn nu goed te zien.

Donderdag 15 december 1994
De 12 vuurplaatsen zijn vastgesteld en de afspraken met de betreffende boeren zijn rond. Dat ging zonder noemenswaardige problemen. IJsbrand Démoet en Cees Berger komen langs om het hout te regelen. Per vuur komt wat aansteekhout, veel makkelijker brandbaar hout en wat blokken lang brandend hout. In totaal ongeveer 2/3 kub hout per vuur. Dat moeten toch flinke branden worden. 
Deze dag wordt er 900 meter stof gelegd. Dat is veel.

Er komen inmiddels veel reacties binnen van de pers. In de regionale kranten is al vrij uitvoerig geschreven, zodat de mensen in de Noordoostpolder al aardig op de hoogte moeten zijn van dit project. Ook daarom moet de lijn snel vanaf de weg zichtbaar worden. 
De baan van en naar het museum ligt er. Het actieterrein wordt nu verplaatst naar de oude haven bij de noordpunt en de akkers aan de uiterste noordgrens. 
Vandaag wordt er gewerkt op grasland. Dat gaat soepel en snel; het is mooi vlak en de wind waait niet onder de stof. Er is nu totaal 2800 meter gelegd. 
De haringen raken weer op. Tot nu toe kwamen ze uit het afval, maar dat is bijna op. Hoe nu?

Vrijdag 16 december 1994
Goed nieuws over de haringen. Een bedrijf uit Lelystad maakt er 2800 extra voor ons - we zijn uit de brand.
Deze dag komt de lijn bij de Vliegtuigweg. Eerst over een flink stuk grasland, daarna 300 meter vlak tarweland. Maar dan...
Een glad en glibberig pad leidt naar het achterste stuk van de kavel. Er is bijna niet door te komen met een zware kruiwagen vol haringen, om maar niet te spreken van de gewichtige rollen stof die alleen practisch niet te tillen zijn. Na moeizaam baggeren door de blubber blijkt ook de akker drassig en nat te zijn. 
Gelukkig hoeven we dit maar een paar weken te doen, terwijl dit voor de boeren een telkens terugkerende kwelling moet zijn. Maar het is wel afzien.
“Dit is een helden-epos”, schatert Bob naar een dappere journaliste die aan den lijve wil ondervinden hoe het voelt op het land en daarbij haar fraaie schoenen verprutst. Gelukkig schijnt de zon.
Maar het resultaat is zoet, de noordpunt wordt bereikt en de vroegere kustlijn wordt met een prachtige bocht over 800 meter nieuw leven ingeblazen. De scheiding tussen land en zee wordt weer bijna echt.

Zaterdag 17 december 1994
Vandaag verhuizen we naar de uiterste zuidpunt. Het is koud, mistig en er staat een snijdende wind. Desondanks komt er toch 900 meter bij. 
Er ligt nu 4300 meter in totaal en het begint al aardig wat te lijken. Het is een machtig mooi gezicht om vanaf het museum de lijn over het land naar de horizon te zien kronkelen.
Het ligt er trouwens overal schitterend bij.
Inmiddels hebben Erik en Marijke op een nachtelijke ontdekkingstocht bij alle boeren in de omgeving persoonlijk een uitnodiging bezorgd. Om de verhouding met de boeren goed te houden, informeren we hen overigens regelmatig over wat we aan het doen zijn en vragen of dat wat hen betreft kan. Dat geeft wederzijds inzicht en zo kunnen eventuele problemen voorkomen worden. 
Alles loopt tot nu toe mooi glad.

Maandag 19 december 1994
Het al aangelegde stuk bij de zuidpunt tot de goede lengte. Het stuk bij het museum wordt afgemaakt.
Ondertussen wordt het eerste hout gehaald en de zaagplaats in gereedheid gebracht. De zaagmachine kan nu twee dagen door razen. 
De vermoeidheid begint voelbaar te worden.

Dinsdag 20 december 1994
Het hout wordt gezaagd en de eerste stapels naar de desbetreffende vuurplaatsen gebracht. Een groepje gaat verder met het leggen van de stof waar dat nog moet. 
Er breekt paniek uit, want de haringen zijn alweer bijna op en er zijn er nog minstens 500 nodig. 
Waar halen we die vandaan, hoe lossen we dit op?

Woensdag 21 december 1994
Het uur van de waarheid nadert.
‘s Ochtends komt een cameraploeg van Gewest tot Gewest op het land het leggen van de laatste meters filmen. Voor het oog van de camera ontkurken we wat giechelend een fles champagne, wat onwennig, omdat dit idyllisch gefilmde deel in zo’n schril contrast staat tot de barre werkelijkheid. 
Het is een chaotisch komen en gaan van mensen en toch loopt alles gesmeerd.
De schuur wordt omgetoverd tot een knus feesthok, het hout komt langzaam maar zeker op z’n plek, er worden stapeltjes vodden en flessen met olie uitgedeeld om de vuren snel op gang te brengen.
Er worden bijna doorlopend interviews gegeven en we staan versteld over de belangstelling die zelfs de landelijke pers hiervoor aan de dag legt.
Om ongeveer half acht gaan twaalf ploegen op pad om de vuren aan te steken en tot acht uur brandend te houden. Daarnaast zijn er drie mensen die geluid maken met misthoorns. Vanaf verschillende punten op het eiland geven ze signalen door op elkaar te reageren. 

 

Reactie toevoegen

Powered by Access2.IT